14 december 2007: toespraak waarnemende Gouverneur t.g.v. de fundraisinglunch voor Churandy Martina
Dames en heren sportliefhebbers,
Het heeft mij altijd zeer tot de verbeelding gesproken dat mensen op eigen kracht en zonder hulpmiddelen een snelheid kunnen ontwikkelen van tegen de 40 kilometer per uur. De meesten van ons lukt dat op een fiets nog niet. En zelfs als het je wel lukt wanneer je een heuvel afrijdt, knijp je dan snel in de remmen omdat de snelheid angstaanjagend wordt.
Het zijn dan natuurlijk ook geen gewone mensen, die zoiets kunnen. Het gaat hier om topsprinters. Als door een katapult afschoten weten zij als het ware vliegend met enorme snelheid en kracht binnen 11 seconden op eigen benen de finish van de 100 meter te bereiken. Het zijn tot de verbeelding sprekende namen als Jesse Owens of Carl Lewis die dit konden. Helden in hun tijd en nog steeds leven hun prestaties voort in de herinnering van veel mensen. Als je aan iemand vraagt welk moment van voorbije Olympische Spelen hem of haar het beste bijstaat, noemt 8 van de 10 mensen de 100 meter sprint, het Koningsnummer. Het zijn – evenals bij de marathon trouwens – vaak legendarische gevechten geweest met enorme spanning en inspanning.
Vorig jaar sprak Gouverneur Goedgedrag in zijn Kerstboodschap de wens uit meer helden te willen zien op de Nederlandse Antillen. Op dat moment had hij vast nog niet kunnen bevroeden dat Churandy Martina in de loop van dit jaar al zou uitgroeien tot Antilliaanse held. Niet dat zijn verrichtingen voordien niet bijzonder waren. En ze kwamen zeker ook niet uit de lucht vallen. Maar door zijn prestaties op de Wereld Kampioenschappen Atletiek in Osaka heeft hij zijn naam en die van de Nederlandse Antillen definitief wereldwijd gevestigd. Een vijfde plaats op de 100 meter sprint en ook een vijfde plaats op de dubbele afstand. Daarnaast ook nog goud op de Panamerikaanse Spelen in Rio de Janeiro. Het zijn ongelofelijke prestaties, zeker als je weet dat de concurrentie op deze onderdelen moordend is. Met Churandy Martina hebben de Nederlandse Antillen er een held bij. Churandy laat zien dat je als atleet afkomstig uit een klein land met al zijn beperkingen tot grote prestaties in staat kan zijn. Maar het is wel lastig als sportief vertegenwoordiger van een klein land met zeer beperkte financiële mogelijkheden. Bijna een ongelijke strijd. We zijn daarom hier vanmiddag bijeen om Churandy te steunen in zijn voorbereiding voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Beijing. Daar zal hij de Antilliaanse kleuren wederom verdedigen. Het zijn nog 237 dagen wachten totdat het Olympisch vuur ontstoken wordt en wij kunnen gaan genieten van ’s werelds grootste sportspektakel.
Churandy, wij leven allemaal enorm met jou mee en zijn trots op jou. Met of zonder Nederlandse records. Het zijn jouw records en je liep ze in het shirt van de Nederlandse Antillen. En dus staan de Antilliaanse records op de 100 en 200 meter sprint nu scherper dan de Nederlandse. Waarmee een klein land bewijst tot grootse prestaties te kunnen komen. Het is fantastisch dat we een eigen bond hebben en dat we ons op veel takken van sport kunnen meten met de grote bonden. Met schaatsen zal Nederland ons gezien het weer voorlopig nog wel overtreffen, maar op de sprint is Churandy nu superieur!
Maar dat gaat niet vanzelf. Het is keihard werken en in jezelf blijven geloven. Daar weet jij alles van. Daarmee ben je een voorbeeld voor anderen. Voor onze jeugd vooral. Ik hoop dan ook dat jouw prestaties de jeugd zullen inspireren en een stimulans zullen zijn voor de sportbeoefening in de Nederlandse Antillen in het algemeen. Jij laat zien dat het mogelijk is om succesvol te zijn, en een held te worden.
Churandy, wij durven er niet op te rekenen, maar hopen er natuurlijk wel vurig op: een grote prestatie volgend jaar in Beijing. Wij zullen er alles aan doen wat in ons vermogen ligt om het mogelijk te maken. Ik wil dan ook niet afsluiten voordat ik een woord van dank heb uitgesproken aan het Nederlands-Antilliaans Olympisch Comité en aan allen die vandaag met hun aanwezigheid hier een bijdrage leveren aan jouw voorbereiding op Beijing. De weg daarnaartoe is nog lang en je zult nog veel trainingsarbeid moeten verrichten. Wij wensen je daarbij heel veel succes toe. Ik hoop dat je dat in zo optimaal mogelijke omstandigheden kunt doen en dat wij je daarbij van steun kunnen zijn. Voor die voorbereiding op Beijing wil ik je wijzen op een wijsheid van de beroemde Chinese filosoof Confucius. Die sprak ooit de woorden: “Het geeft niet als je langzaam gaat, als je maar niet stopt”. Dat geeft iets om te overdenken en lijkt mij een mooie spreuk om mee af te sluiten.
Ik dank u voor uw aandacht.




