26 maart 2006: Toespraak Gouverneur beediging Statenleden.
TOESPRAAK VAN DE GOUVERNEUR VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN, MR. F.M. D.L.S. GOEDGEDRAG, TER GELEGENHEID VAN DE BEËDIGING VAN DE NIEUWE STATENLEDEN OP ZONDAG 26 MAART 2006Vandaag begint de nieuwe zittingsperiode van de Staten van de Nederlandse Antillen. Het is een bijzondere periode, omdat het mogelijk ook de laatste zitting zal zijn van de Staten. De Nederlandse Antillen staan immers aan de vooravond van ingrijpende staatkundige veranderingen. Deze veranderingen en de voorwaarden waaronder deze kunnen plaatshebben, vallen de eilanden van de Nederlandse Antillen echter niet vanzelf toe. Het zal grote inspanningen en ingrijpende maatregelen vergen om daarvoor een goede en stabiele basis te creëren. In dat verband rust op u als volksvertegenwoordigers een bijzondere verantwoordelijkheid om tezamen met de regering als medewetgever daarvoor de fundamenten te leggen. Het gaat dan onder meer om de aanpak van de problemen in het onderwijs, de bestrijding van de enorme jeugdwerkeloosheid, de gezondmaking van de overheidsfinanciën, de armoedebestrijding en de bestrijding van de criminaliteit. Het gaat – met andere woorden – om het bieden van perspectief en kansen aan onze bevolking.
U bent door de bevolkingen van de verschillende eilandgebieden gekozen als volksvertegenwoordiger voor de bevolking van de gehele Nederlandse Antillen. Om officieel te kunnen aanvangen met uw werk als volksvertegenwoordiger heeft u zojuist in mijn handen de in de Staatsregeling voorgeschreven eed of belofte afgelegd.
Als wij deze eed nader bekijken, bestaat hij uit vier elementen:
1) Het eerste deel van de zuiveringseed, waarin men zweert of verklaart dat men aan niemand iets heeft beloofd of gegeven om het lidmaatschap van de Staten te verkrijgen;
2) Het tweede deel van de zuiveringseed, waarin men zweert of verklaart ook in de toekomst van niemand beloften of geschenken zal aannemen om iets als Statenlid te zullen doen of laten;
3) De eed van trouw aan de Koningin en het Statuut en de belofte de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen te helpen onderhouden;
4) De belofte het welzijn van de gehele bevolking van de Nederlandse Antillen naar vermogen te zullen dienen. Dit belang gaat boven dat van de eigen politieke partij of van de bevolking van het eigen eilandgebied.
De eed is uiteraard niet zonder betekenis. Hij heeft wezenlijke waarde en vraagt een grote verantwoordelijkheid van een volksvertegenwoordiger. Het bestuur van een land is een gecompliceerde zaak en als Statenlid zult u ook worden geconfronteerd met soms zeer ingewikkelde kwesties. De wereld om ons heen en de burger vragen een verdere modernisering van het openbaar bestuur. Good governance legt een grotere druk op efficiency, professionalisering, transparantie en verantwoording van het bestuur. Dit legt – zeker in tijden van hervorming en van globalisering – een zware claim op het vak van volksvertegenwoordiger. U zult ongetwijfeld soms voor hete vuren komen te staan in de periode die voor ons ligt. Het zal niet altijd gemakkelijk zijn, maar het is uw taak en plicht om datgene te doen dat in het algemeen belang is van de bevolking van de Nederlandse Antillen. Ik wens u alleen heel veel kracht en succes toe bij de uitoefening van de belangrijke taak waartoe u geroepen bent. Ik wens u van harte geluk.




