26 januari 2009: Welkomstwoord Gouverneur voor de conferentie over de gevolgen van de staatkundige veranderingen voor de luchtvaart

Geachte aanwezigen, dames en heren,

 

Elke dag zien wij de staatkundige veranderingen, die zich binnen de Nederlandse Antillen voltrekken, tastbaarder worden. Tot nu toe ging het vooral om een papieren exercitie, bestaande uit onderhandelingen, het voorbereiden van wetgeving en het ondertekenen van overeenkomsten en verklaringen. Maar sinds 15 december jongstleden zijn we in de implementatiefase aanbeland en worden de veranderingen ook echt zichtbaar. De tripartiete conferentie van vandaag en morgen zal zichtbaar moeten maken welke gevolgen de staatkundige veranderingen in petto zullen hebben voor de luchtvaart van de toekomstige landen van het Koninkrijk in de Caribische regio. Dat is complex. Er zijn immers vele actoren en jurisdicties bij betrokken. Wat dat betreft was het vroeger, zoals zo vaak, simpel. Wat niet veel mensen weten, is dat in de beginjaren van het Statuut het internationale luchtvervoer een Koninkrijksaangelegenheid was. Eenheid van beleid in het Koninkrijk vonden de drie landen in die tijd nog dringend noodzakelijk. Via een overgangsbepaling in het Statuut konden de toenmalige landen Suriname en de Nederlandse Antillen destijds na 10 jaar opteren om luchtvaart tot landsaangelegenheid te verklaren. Van dat optierecht hebben zij ook gebruik gemaakt. Toen en nu waren het nog maar twee landen, maar in de toekomst zullen naast Aruba ook de landen Curacao, Sint Maarten en Nederland (voor de BES-eilanden) hun eigen luchtruim hebben en hun eigen luchtvaartbeleid voeren. Wij kunnen samen bepalen hoe wij het Koninkrijk wensen in te richten. Aan de andere kant moeten wij ons ervan bewust zijn dat wij ons niet kunnen en mogen isoleren van de rest van de wereld. Het is dan ook een goede zaak dat u heeft besloten deze conferentie onder de titel "Seminar on the Air Transport Policy of the Kingdom of the Netherlands in a Regional and Global Context" te organiseren. Landen werken steeds nauwer samen in economische blokken terwijl luchtvaartmaatschappijen zich verenigd hebben in een aantal zogenaamde "alliances". Wij moeten ons de komende weken en maanden gaan bezinnen over de luchtvaartrelaties binnen het Koninkrijk en de relaties met landen buiten het Koninkrijk. Daarbij dringen zich vele vragen op: wat zullen de verdragsrechtelijke gevolgen voor de landen zijn na opheffing van de Nederlandse Antillen? Wat betekent de opheffing van de Nederlandse Antillen voor lopende internationale afspraken? Welk regime zal in de toekomst gaan gelden? Wat betekent een en ander voor de luchtverkeersveiligheid? Hoe zal het luchtverkeer tussen de eilanden geregeld gaan worden? Zullen de landen gaan samenwerken en misschien zelfs gemeenschappelijke diensten opzetten of kiest men er toch voor om alles zoveel mogelijk zelf te doen? Welke afspraken maken we met elkaar? En wat gaat de burger ervan merken?

Het zijn slechts voorbeelden van vragen die – naast vele andere - opkomen en besproken zullen worden tijdens deze conferentie. Met veel belangstelling zal er naar de uitkomsten van deze conferentie worden uitgekeken. Voor zover ik weet, is de luchtvaart het eerste beleidsonderwerp waaraan in het kader van de staatkundige wijzigingen in tripartiete verband een conferentie wordt gewijd. Dit getuigt van een anticiperende blik en van een gevoel voor timing.

 

Ik wil Minister Adriaens als gastheer complimenteren met de organisatie van de conferentie. Ik heet de deelnemers aan de conferentie en de delegaties van de drie landen van harte welkom. Bon Bini na Korsou! Een bijzonder woord van welkom wil ik richten tot de luchtvaartministers van Nederland, de heer Eurlings, en van Aruba, de heer Briesen. Minister Eurlings is op de eilanden inmiddels al net zo thuis als de Caribische ministers en bovendien delen hij en Minister Adriaens hun Limburgse wortels. Geen taalbarrières dus vandaag!

 

Ik wens u een vruchtbare conferentie toe.