26 mei 2008: toespraak Gouverneur ter opening van het seminar 60 jaar Raad van Advies
Volgens artikel 28 van de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen bekleedt de Gouverneur het voorzitterschap van de Raad van Advies, zo dikwijls als hij dit nodig oordeelt.
Welnu, ik acht dat op dit moment even nodig!
Voor heel even maar, want ik geef straks graag het voorzitterschap terug aan de heer Kunneman die als ondervoorzitter van de Raad het seminar van vandaag inhoudelijk zal gaan inleiden. Maar ik maak graag van mijn positie als voorzitter van de Raad gebruik - of zoals u wilt misbruik – om de leden van de Raad geluk te wensen met het 60 jarig bestaan van de Raad als belangrijkste adviescollege van de regering van de Nederlandse Antillen.
Deze mijlpaal zou uiteraard niet zo gedenkwaardig zijn als de kwaliteit van het werk van de Raad, in het bijzonder tot uiting komende in de verstrekte adviezen, door de jaren heen niet zo voortreffelijk was geweest.
De Raad stelt zich bescheiden op. Eigenlijk bestaat hij niet 60 jaar, maar reeds 143 jaar. In 1865 werd de Raad ingesteld onder de naam “Raad van Bestuur”. Die naam heeft de Raad tot 1948 gedragen. Het was in die tijd een orgaan waarin hoofdambtenaren verenigd waren die de Gouverneur van advies dienden in belangrijke zaken. De Procureur-generaal was in die tijd nog qualitate qua ondervoorzitter. Sinds 1901 niet meer omdat de Nederlandse regering het vrijwel uitgesloten achtte dat iemand die geschikt was als PG tegelijkertijd de geschiktheid bezat om als ondervoorzitter te functioneren. Een eeuw later heeft de heer Pietersz deze opvatting trouwens geloochenstraft door te bewijzen dat je als voormalig PG wel degelijk een uitstekende ondervoorzitter kunt zijn!
Het heeft er nog maar om gespannen of de Raad was in 1948 nooit tot stand gekomen. Het Nederlandse parlement zag er in die tijd bijzonder weinig in. Dat de Raad er toch is gekomen, is vooral te danken aan de volhardende houding van de Nederlandse regering.
Die zag het als belangrijk pluspunt dat de regering zou worden geadviseerd door deskundigen die om wat voor reden dan ook geen lid zouden kunnen of willen worden van de regering of van de Staten. En zo is het eigenlijk nog steeds met de samenstelling van de Raad. De Raad wordt gevormd door bijzondere deskundigen met verschillende achtergronden, maar met hart voor de publieke zaak.
De Raad vervult een belangrijke rol bij de bevordering van de kwaliteit van bestuur in het algemeen en van de wetgevingskwaliteit in het bijzonder. Maar daarnaast vormt de Raad een uiterst belangrijke schakel in de checks en balances van het bestuur van de Nederlandse Antillen. Een rol die in de toekomst bij de geplande schaalverkleining aan belang gaat winnen. En met die staatkundige toekomst kom ik op het onderwerp van het seminar van vandaag: “Autonomie en Solidariteit”! Het onderwerp verraadt dat we vandaag niet 60 jaar gaan terugkijken, maar ons zullen oriënteren op de rol die de Raad of de Raden in de toekomst zullen gaan spelen. Deze toekomstgerichte aanpak is nu meer dan ooit toe te juichen gezien de stevige uitdagingen die er juist op het gebied van wetgeving voor ons opdoemen.
Er zal vooral in de komende periode veel van de Raad worden gevraagd. Ik verheug mij dan ook bijzonder op de bijdragen van vandaag.
Hierbij verklaar ik het seminar “Autonomie en Solidariteit” voor geopend en geef ik het voorzitterschap graag terug aan de heer Kunneman.




