27 november 2006: Openingstoespraak Z.E. de Gouverneur van de Nederlandse Antillen voor de Dag van het Commissariaat,

Geachte aanwezigen, dames en heren,

 

Het woord “Governance” was nog maar enkele jaren geleden een onbekend begrip en vandaag de dag heeft iedereen het erover. Zo organiseerde de Bank voor Nederlandse Gemeenten er nauwelijks een maand geleden nog een congres over. De Nederlandse Antillen blijven in dit geval niet achter. Sinds dit voorjaar hebben wij aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen zelfs een hoogleraar “Good Governance” in de persoon van prof. in ’t Veld.

Zijn inaugurele rede heeft indruk gemaakt; het is geen simpel onderwerp en het was dan ook geen gemakkelijke opgave om het betoog te volgen, maar er wordt nog steeds over gesproken. Vanmiddag zal prof. in ‘t Veld als voorzitter optreden op deze “Dag van het Commissariaat”, die in het teken zal staan van “de Governance van overheidsondernemingen”.

 

De organisatoren van deze middag hebben in het programma al een aantal uitnodigende en prikkelende vragen opgenomen. Dat belooft wat voor vanmiddag. Want de kwaliteit van de publieke dienstverlening door overheidsvennootschappen staat inderdaad in het middelpunt van de belangstelling. Zeker ook op Curaçao. En dat is terecht.

 

Waar gesproken wordt over “Governance” gaat het ook steeds om transparantie en verantwoording, integriteit, toezicht, goed bestuur en checks and balances; zaken waar het ook in de Antilliaanse situatie over zou moeten gaan. Met “Governance”wordt gedoeld op het geheel aan regels en gedragingen die het mogelijk maken het beheer en de controle van instellingen en ondernemingen te optimaliseren en voor meer transparantie te zorgen.

 

In het verleden zijn overheids-NV’s gecreëerd met de bedoeling deze bedrijven buiten de politieke sfeer te houden en te laten profiteren van bedrijfsmatige en marktgeoriënteerde exploitatie. Zo worden overheidsNV’s geacht continuïteit na te streven en een bevredigend rendement op het eigen vermogen te realiseren.

Maar wij moeten waken voor een bijzonder fenomeen dat juist in de “public governance” opgeld doet. In het Nederlands Juristenblad duidde de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer dit fenomeen recentelijk aan als de marktwerking van ego’s en posities. Daarover zou het natuurlijk niet moeten gaan.

 

Steeds dienen wij ons de vraag te stellen of de thans bestaande situatie beantwoordt aan hetgeen wij in het verleden hebben beoogd met de toen genomen beslissingen. En vooral ook of deze voldoet aan de eisen die wij er thans aan zouden stellen. Het gaat hier immers om “accountability”.

Moeten wij naar een code Tabaksblad voor de “public governance” in de Nederlandse Antillen? Deze middag biedt ons de gelegenheid over onderwerpen als deze te discussiëren.

 

Prof. Oostindie, die vorige week nog sprak tijdens een internationale conferentie hier op Curacao, heeft samen met dr. Paul Sutton geschreven, dat kleine eilandstaten op een door de Wereld Bank ontwikkelde index voor goed bestuur, ook in het Caribisch gebied, het redelijk goed doen.

Dit is bemoedigend, maar echter bepaald geen reden voor ongefundeerd optimisme.

Want tegelijk blijkt uit door prof. Oostindie aangehaald onderzoek dat de behoefte aan verbetering van het bestuur in die gemeenschappen breed wordt gevoeld. En de kleinschaligheid van onze samenlevingen alsmede de naar binnen gerichte cultuur die voortvloeit uit het insularisme, vormen een voortdurende uitdaging voor de kwaliteit van het bestuur.

 

Dat geldt ook voor het bestuur van overheidsondernemingen. Een punt van kritiek dat regelmatig wordt gehoord, is dat het bestuur en het toezicht in overheidsondernemingen dikwijls niet goed onderscheiden zijn.

Dit leidt onder meer tot onduidelijkheden met betrekking tot de “accountability”. Dit fenomeen en het feit dat door allerlei juridische constructies de overheid zich de zeggenschap in de onderneming voorbehoudt, zet de transparantie onder druk. En transparantie is één van de wezenlijke pijlers van “Good governance”.

 

Zoals de voorzitter van de voormalige commissie Corporate Governance in Nederland, de heer Peters, onlangs op het congres van de BNG bepleitte, is het wenselijk ook overheidsondernemingen periodiek te toetsen en het functioneren en het bestaansrecht ervan op gezette tijden tegen het licht te houden.

Tegelijk pleitte hij ervoor duidelijke kaders te stellen waarbinnen deze ondernemingen moeten opereren en om hun op basis daarvan de noodzakelijke vrijheid van handelen te geven. Tenslotte moeten ze vanzelfsprekend worden aangesproken op hun resultaat.

 

Dames en heren,

 

Ik kom tot een afronding. Ik wil VanEps Kunneman VanDoorne, De Universiteit van de Nederlandse Antillen en de Galan Group gelukwensen met de organisatie van deze dag. Het ons voorgeschotelde programma en de kwaliteit van de uitgenodigde sprekers scheppen verwachtingen.

Ik kijk bijzonder uit naar de voordrachten, de presentatie van de onderzoeksresultaten door prof. In ’t Veld en de daaropvolgende discussie. Ik kan daarom niet wachten om hierbij de Middag van het Commissariaat voor geopend te verklaren. Bij deze dus.