28 april 2006 : Toespraak van Z.E. De Gouverneur van de Nederlandse Antillen mr Frits Goedgedrag tijdens de Koninginnedag receptie 2006.

 

Excellenties, dames en heren,

 

Welkom. Het is een groot genoegen vast te mogen stellen dat u ook dit jaar weer met zo velen naar het Fortplein bent gekomen om met mij te toosten op Hare Majesteit. Ónze Majesteit. Want zo verschillend als er op de respectieve eilanden van de Nederlandse Antillen wordt gedacht over de concrete invulling van ieders staatkundige toekomst, zo eenduidig hebben zij zich alle vijf uitgesproken voor behoud van de Koninkrijksband, waarvoor Majesteit symbool staat.

 

Wij staan aan de vooravond van Koninginnedag. Een dag die al meer dan een halve eeuw lang niet alleen in de drie landen van het Koninkrijk, maar wereldwijd op alle Nederlandse ambassades en vertegenwoordigingen, feestelijk wordt gevierd. Uit de manier waarop dat gebeurt, spreekt verbondenheid. Natuurlijk met het Koninklijk Huis, maar zeker ook met elkaar, hoewel we af en toe geneigd zijn dat laatste te vergeten.

 

Op een feestdag als deze draait het even niet om de vraag of de Koninkrijksbanden wel eens knellen, niet om ontspoorde Antilliaanse jongeren en niet om staatkundige hervormingen. Vanochtend heb ik de eer gehad om vijftien Curaçaoënaars een koninklijke onderscheiding op te mogen spelden, terwijl er op de overige eilanden eenentwintig (21) mensen zijn gedecoreerd. In totaal zesendertig mensen die zich jarenlang belangeloos hebben ingezet voor hun medemensen, voor u en mij. Zonder afbreuk te willen doen aan de prestaties van de jongst gedecoreerden, vestig ik vanavond ook graag de aandacht op ál die landgenoten, aan deze en gene zijde van de oceaan, die als vrijwilligers op allerlei terreinen en in volstrekte anonimiteit een onmisbare bijdrage leveren aan een betere samenleving.

 

Het is al jaren zo, dat te veel van onze landgenoten gevangen zitten in de vicieuze cirkel van armoede, werkloosheid en criminaliteit. Willen wij die cirkel kunnen doorbreken, dan moeten wij gestructureerd te werk gaan. In onze flexibele cultuur, waarin spontaniteit en improvisatie een prominente rol spelen, zal dat wellicht niet altijd meevallen. Ook oud-Gouverneur Römer zag dat in, toen hij schreef: “Erkend moet worden dat planmatig beleid niet de sterke kant is van de Antilliaan in het algemeen.” [1]

 

Maar als het juist is dat zelfkennis het begin is van alle wijsheid en dat een mens nooit te oud is om te leren, dan hoeft niets ons ervan te weerhouden om de problemen in de kern aan te pakken. Dat kan onder meer door zeer gericht te investeren in onderwijs en educatie. Dat brengt mij even terug bij de decorandi, want ik ben blij te kunnen melden, dat er dit jaar verhoudingsgewijs veel mensen zijn onderscheiden die onderwijs- en jeugdgerelateerde initiatieven ontplooien.

 

Zoekend naar middelen om de Koninkrijksbanden aan te halen, denk ik aan sport, cultuur en kunst. In alle delen van het Koninkrijk wordt reikhalzend uitgekeken naar het Wereldkampioenschap Voetbal. Als de oranjegekte toeslaat, vergeten wij alles dat ons verdeeld houdt en hebben wij het alleen nog maar over “wij” en “ons elftal”. Eenheid in verscheidenheid; het kan dus.

 

Een cultureel initiatief dat ik van harte toejuich, is “Nederland leest”, waaraan ik nog wel zou willen toevoegen “Nederlands Antilliaans”. In het najaar krijgen alle leden van openbare bibliotheken in Nederland een exemplaar van “Dubbelspel” cadeau. Ik beschouw dit boek van Frank Martinus Arion als één van de paradepaardjes van de Nederlands Antilliaanse literatuur en heb er alle vertrouwen in dat de lezers ervan een betere inzicht in onze samenleving zullen krijgen. Natuurlijk zijn er verschillen tussen onze maatschappij en de Nederlandse, maar anders is geen synoniem voor minder.

 

In dat verband en indachtig deze Koninginnedag, lijkt het mij juist dat ik – toen nog – Koningin Juliana citeer, die in 1980 in haar afscheidstoespraak tot alle Nederlanders zei:

“Het mooie van mijn taak is, het algemeen welzijn te mogen dienen; een rustpunt te zijn te midden van de werveling van alle stromingen; te mogen helpen streven naar die samenleving, waarin men respect heeft voor wat een ander beweegt, naar een goed samengaan in alle verscheidenheid.”

Haar woorden hebben in de afgelopen 26 jaar niets aan actualiteit ingeboet en kunnen ook in de toekomst als leidraad voor ons allen dienen. Die toekomst is niet alleen door het naderende WK oranje gekleurd. Het verheugt mij u te kunnen melden, dat Hare Majesteit in het najaar van 2006 twee weken heeft ingeruimd om alle eilanden van de Nederlandse Antillen en Aruba te bezoeken. Ik zie dat als een uitgelezen kans om andermaal te bewijzen hoe sterk en duurzaam de banden binnen ons Koninkrijk zijn.

Graag hef ik met u het glas op onze toekomst en op onze Koningin. Leve de Koningin!

 




[1] R. Römer, Beeldvorming en Politiek, een diachronische analyse, in: Emancipatie & Acceptatie, Curaçao en de Curaçaoënaars, onder redactie van R.M. Allen, C. Heijers en V. Marcha (pagina 26).